HET BEGIN
In het begin van de 19de eeuw had elk dorp of stad in België één of meerdere
brouwerijen. Zo ook was er de hoevebrouwerij van Phillipus T’sjoen in de Fonteinstraat
in Wannegem.
Tijdens de zomer werd er op het land gewerkt en tijdens de
wintermaanden werd er gebrouwen voor de lokale bevolking. Geen ongewone
combinatie in die tijd. Beide stielen waren complementair want zo konden de
geteelde granen ‘s winters verwerkt worden in de brouwerij.
In 1798 huwde de brouwer met Marie Joseph Brys. In dat zelfde jaar werd het
eerste kind, een zoon, Josephus geboren. Later kregen ze nog 13 kinderen.
Brouwer
Phillipus combineerde de landbouw en het brouwen samen het burgemeesterschap
van Wannegem. Hij was er burgemeester tussen 1798 en 1807. Ook na de
fusie van Wannegem en Lede in 1810 kwam hij tussen juli 1814 en maart 1817 aan
het bewind.
HET EERSTE UITGESCHREVEN BROUWSEL
Na het overlijden van Phillipus in 1818 nam de oudste zoon Josephus de leiding
over. Vanaf begin 1820 vinden we de uitgeschreven brouwmethodes terug. In het
kasboek lezen we op 14 mei 1823 het volgende: “om 3 uur ‘s morgens wordt het
vuur gemaakt. Wanneer 4 uur later het water is opgewarmd doet men 8 duimen
grondstof in de kuip. Na 3 uur is alles goed doorweekt en laat men het geheel 7
uur koken. Vervolgens neemt men 2 pond gist dat door het mengsel wordt
geroerd. Na de afkoeling wordt alles in vaten gedaan zodat het heel traag kan
gisten”. Dit maakt duidelijk dat brouwen héél intensief en tijdrovend was.
Naast brouwerij T’sjoen in de fonteinstraat was er ook nog de hoevebrouwerij van
Franciscus Jacquaert en Carolina Van Cauwenberghe op het dorp van Wannegem.
In 1826 huwde hun dochter Adelaïde met Josephus T’sjoen. Voor beide brouwerijen
was er een grote afzetmarkt daar er in 1828 meer dan 1400 mensen leefden in
Wannegem-Lede. We lezen in het kasboek dat er in 1829 17 keer gebrouwen
werd met de hulp van verschillende knechten. Deze verdienden 6 guldens per
maand. In 1847 werd een grotere roerkuip geïnstalleerd waardoor meer liters bier
per keer kon worden gebrouwen. Onder de leiding van Josephus T’sjoen steeg
het aantal brouwsels jaar na jaar. In 1855 werden reeds 30 brouwsels beschreven
in het kasboek.
Vermoedelijk is brouwerij Jacquart gestopt in 1858. De reden voor de stopzetting
is tot op heden onbekend. Misschien was Adelaide nog het enige kind dat leefde
waardoor ze de brouwerij erfde. Of had zij door haar huwelijk meer financiële slagkracht
dan de broers en zussen? Zeker is dat Josephus T’sjoen tonnen en ander
materiaal heeft overgekocht van de familie Jacquart in 1858.
HET JUISTE RECEPT
Nadat Carolus T’sjoen (geboren in 1837) zijn brouwersstudies aan “l’ecole Louis
Pasteru, fermentation et distillerie” te Nancy vervolmaakte, leidde hij samen met
vader Josephus de brouwerij. Carolus was daarnaast ook koster en gemeenteontvanger
in Wannegem-Lede.
De brouwers pasten door de jaren heen 1 recept toe. De hoeveelheden mout,
hop en gist werden zorgvuldig bijgehouden. Ook warmte der eerste werking,
luchtgesteldheid, koking en afkoeling werden nauwkeurig genoteerd in het kasboek.
Het wort (ongegist moutextract) noemden toen ze “vinnaigre”. Het volume werd uitgedrukt in
stopen en werd gemeten op een lat van 250 nagels (1/2 stoop per nagel).
Eerste werking wordt ook “omslag” genoemd. Dit gebeurde aan 50 à 52° om de
eiwitten te peptoniseren (peptonisatie is bevorderend voor de schuimlaag). Nadien
drijft men de temperatuur op tot 60° en nadien tot 75° zodat de opgeloste
moutcellen gaan versuikeren.
Nadat het brouwsel was gekoeld, werden de tonnen gevuld en in de tuin gelegd
om te gisten. Dit was zeker geen succesformule want bij overvloedige regen of
harde vorst gingen de tonnen kapot. In de zomer, bij warm weer, werd het bier
zuur.
Elk brouwsel werd vakkundig opgevolgd. Zo werden de smaak, de geur en de
kleur opgelijst en uitvoerig becommentarieerd
KINDERPAP
Tijdens de maanden februari en maart werd een bier gebrouwen dat als kindervoeding
gebruikt werd. Kinderen kregen in die tijd afgeroomde melk van schaap
of geit ter vervanging van de borstvoeding. Deze melk had een hoog vetgehalte
waardoor sommige kinderen zweren en nagelgaten kregen. Een lokale arts, Dr.
Bouckaert uit Waregem, stuurde de ouders steevast naar Wannegem-Lede om de
geneeskrachtige drank. Het “kinderbier” (met een alcoholgehalte van 3°) moest al
roerend au bain marie opgewarmd worden zodat 50 à 60 % van het alcoholgehalte
verdampte. Het mengsel (een oplossing van sacharose en maltose) moest aangedikt
worden met een kleine hoeveelheid witte bloem zodat het een papje werd.
Kinderen lustten er bijna letterlijk pap van.
FINANCIEEL STERKER
In 1865 huwde Carolus T’sjoen met Adelaïde Maes. Zij was afkomstig van een gegoede
familie uit Ooike. Mogelijks zorgde zij voor een financiële injectie want het
is opvallend dat er vanaf 1865 grote investeringen gebeurden.
In 1868 werd begonnen met het bouwen van een bierkelder. Hiervoor werden
42000 kareelstenen (oude benaming), aan 13 frank per 1000 aangekocht bij Snoeck.
In Oudenaarde kocht Josephus 40 bakken kalk bij Verstraeten. In 1869 werd de
kelder afgewerkt en kon men vanaf dan bieren langer bewaren. Ook de productie
werd verhoogd. In 1872 brouwde men al 49 keer.
De verkoop van bier en gewassen was de belangrijkste bron van inkomsten. Na
het huwelijk tussen Carolus en Adelaïde vulden verhuringen dat inkomen aan. We
lezen meermaals “verpachting van woonhuis met twee partijen lands”, “verpachting
van woonhuis met 682 roeden lands” en “verpachting van woonhuis met
lochting”. Al deze eigendommen bevonden zich in Ooike en waren geërfd door
de brouwersvrouw.
In 1876 werd de “Cleyne Molen”, gelegen in Wannegem, overgekocht van Jan-
Francois Van den Abeele, een rijke landbouwer uit Nokere.
WEDUWE T’SJOEN
Op 30 november 1885 stond als opmerking in de brouwtabel “laatste brouwsel
van vader”. Enkele dagen later, op 5 december, stierf Carolus T’sjoen. Carolus liet
echtgenote Adelaïde Maes samen met 8 kinderen na. De jongste zoon was toen
net geen 2 jaar. De boerderij-brouwerij bleef bestaan en werd nu enkel door de
weduwe gerund.
Brouwerij T’sjoen was lokaal niet meer de enige leverancier van alcoholische
dranken. Met de jeneverstokerij van Desiré Snoeck was er terug een concurrent in het dorp.
In 1894 geraakte de aangekochte molen sterk beschadigd door een storm. De
molen werd niet hersteld maar afgebroken. Het materiaal werd gerecupereerd
voor de bouw van de stallingen in de Fonteinstraat. Vanaf 1900 financierde de
weduwe meerdere aankopen en bouwprojecten van haar kinderen.
Zo startte de oudste zoon Justinus een brouwerij In Bachte (bij Deinze). Helaas
moest hij de brouwerij reeds na 2 jaar in 1901 overlaten aan de familie Tack. In
1904 kocht Adelaïde Maes brouwerij De Pluim in Nukerke voor haar zoon Joseph.
Dit was een bestaande brouwerij in handen van de familie Van Butsele. In dezelfde
periode werd voor zoon Hypoliet een bloemisterij in Merelbeke gekocht.
Rond 1908 werd Villa T’sjoen in de Kasteelstraat in Wannegem opgetrokken voor
kinderen Remi (koster van Wannegem) en zijn zus Sylvie. Net daarvoor werd de
eerste steen van het huidige herenhuis in de Fonteinstraat gelegd.
CHARLES T’SJOEN
Charles T’sjoen leerde, als vrije student, de stiel in de brouwerijschool te Gent.
Onder de jonge brouwer steeg de productie tot 70 brouwsels per jaar.
Per brouwsel vulde men 25 tonnen. Officiële onkosten bedroegen 126,10 frank
wat een winst van 61 frank opleverde. Grondstoffen kocht men onder andere aan
in Oudenaarde, Meulebeke, Brugge en in Eeklo bij Krüger.
Op 5 augustus 1908 huwde Charles T’sjoen met de dochter van de burgemeester van
Mullem, Maria Vanmerhaeghe. Charles T’sjoen was een notabel man die naast
brouwer ook gemeenteraadslid en gemeenteontvanger was.
DE EERSTE WERELDOORLOG
Op 3 augustus 1914 lezen we in het kasboek de opmerking “uitbarsting van den
oorlog”. Toch werd er verder gebrouwen en sloot men het jaar af met 69
brouwsels. In 1915 werd er 36 keer gebrouwen en in 1916 slechts 21 keer. Daarna
valt de productie stil omdat alle koper werd aangeslagen door de Duitse bezetters.
Tijdens de eerste wereldoorlog bestond er in Wannegem-Lede een spionagegroepje
dat werkte voor de geallieerden. Charles T’sjoen maakte samen zijn broer
Remi en 2 andere dorpelingen deel uit van het groepje 8540 dat als opdracht
had de verplaatsingen van de Duitsers te volgen. De positie werd met ballonnen
en duiven doorgegeven. Er kwam een opdracht om het nieuwe vliegveld van
Wortegem te signaleren. Dit was geen evidente taak daar er 2 Duitse
soldaten logeerden in de brouwerij. Charles T’sjoen wist raad en versterkte wijn
met cognac zodat de Duitse soldaten vroegtijdig als “vette varkens” in slaap vielen.
Daarna konden de activiteiten beginnen. Met succes, want 2 dagen later werd
het vliegveld en de aangekomen munitie stukgeslagen. Het groepje 8540 werd na
de oorlog gedecoreerd.
De Duitse bezetter werd tijdens hun terugtocht door Waregem, Nokere en Wannegem-
Lede bestookt door Frans artillerievuur. Tijdens hun passage in oktober
1918 sloeg een bom in in het woonhuis in de Fonteinstraat. Er vielen geen gewonden.
De herstelling van de schade is nog steeds zichtbaar.
OPNIEUW AAN DE SLAG
Tijdens en na de oorlog waren de gebruikelijke grondstoffen om bier te maken
bijna niet meer te verkrijgen. Hierdoor werd er pas in 1920 opnieuw geproduceerd.
De belangrijkste wending was dat Charles T’sjoen de volledige brouwmethode
uitschrijft in zijn kasboek. Hij noemde dit zelf de perfecte methode voor uitzet
(export).
Leon T’sjoen, laatste kind van Charles, werd geboren in 1921 en was de laatste
T’sjoen die in het (nog bestaande) herenhuis werd geboren.
Om zich te onderscheiden van brouwerij T’sjoen in Nukerke, kwam er steeds ‘brouwerij
de fonteyn” op alle communicatie. Toch bleef de brouwerij in de jaren 20
heel sterk lokaal georiënteerd.
Tot 1933 gebeurde de verdeling van het bier met paard en kar. Later dat jaar werd
de eerste vrachtwagen, een Citroen, aangekocht. De verdeling kon gerichter en
efficiënter verlopen. Dit was nodig, want in 1935 werd er tweemaal per week
gebrouwen. Het bedrijf stond toen ook niet op een hoog industrieel niveau waardoor
het 16 knechten te werk stelde.
Het werd nog arbeidsintensiever toen het bier niet enkel in tonnen maar nu ook in
flessen van 75cl en 33 cl verkocht werd.
De hoeve beschikte niet over een eigen mouterij, waardoor het gerst vermout
werd bij Verhegge in Brugge, Snoeck in Huise, Bouckaert in Ename en Van den
Bossche in Sint Lievens Esse.
BIEREN VAN LAGE GISTING
Toen de oudste zoon Jozef in 1933 als afgestuurde student van de brouwerijschool
te Gent zijn vader vervoegde, volgde er een geleidelijke aanpassing naar het brouwen
van bieren met een lage gisting. Er werd een koelinstallatie (op basis van
ammoniak gas) geplaatst en de kelders geïsoleerd met kurk. Het bier kon bewaren
op een temperatuur van 6 graden.
Op 11 juni 1938 was er een aardbeving in Wannegem. De brouwerij, de stallingen
noch het woonhuis, leden schade.
Zoals zovele ondernemingen maakte de brouwerij met eigentijds marketing-materiaal
reclame. In een kermisboekje uit Deinze van 1938 stond de slogan “vraagt het
speciaal bruin bier der brouwerij Charles T’sjoen” bij Dépot De Blaere te Deinze.
In 1939 werden er voor het eerst bedrukte speelkaarten verdeeld onder de klanten.
DE JAREN 40
In mei 1940 werd Wannegem gebombardeerd. Uit schrik voor een mogelijke
opeising van de paarden en rollend materieel kregen de knechten de opdracht
om telkens men met de paarden op het land had gewerkt de poten van de dieren
met zwepen te slaan. Door de zwelling van de enkels leek het erop dat de dieren
eigenlijk niet geschikt waren voor het zware werk.
Op 7 augustus 1940 werd de brouwerij omsingeld door 20 militairen. Na de vondst
van een pistool uit de eerste wereldoorlog werden Charles T’sjoen en Jozef T’sjoen
gevangen genomen en overgebracht naar de nieuwe wandeling in Gent. Charles
T’sjoen kon na de tussenkomt van dokter André Vindevogel (getrouwd met de
dochter van Hippoliet T’sjoen), die hem te ziek achtte, de gevangenis na 6 maand
verlaten. De aanhouding van Charles T’sjoen was omstreden, maar vermoedelijk
werd dit uit wraak gedaan voor zijn spionagewerk tijdens de eerste wereldoorlog.
Jozef kon pas, na een jaar gevangenschap, in 1941 terug aan de slag in
Wannegem. Hij combineerde zijn taken in Wannegem met een werkbezoek (per
fiets) aan de weduwe van Joseph T’sjoen. Bijna wekelijks was hij brouwmeester van
dienst in brouwerij T’sjoen (De Pluim) uit Nukerke. Tijdens de tweede wereldoorlog
was men, opgelegd door de Duitse bezetter, van start gegaan met het brouwen
van bier dat maar 0,8 graden alcohol bevatte.
Het “zero-huit bier” werd ook na de oorlog verder gebrouwen. Grondstoffen voor
bier waren tijdens de oorlog moeilijk te verkrijgen, daarom brouwde men met
gerst en suikerbieten. Dit was een moeilijke klus omdat bieten pectine bevatten
en het bier troebel maakten.
Tijdens en na de tweede wereldoorlog kregen de kleinschalige brouwerijen steeds
meer concurrentie. De commerciële aspecten werden onontbeerlijk. De flessen
kregen etiketten en op glazen kwam het opschrift TSJOEN. Ook de activiteiten
veranderden sterk vanaf 1945. Naast het gamma van eigengemaakte bieren werden
ook de dranken van Spa Monopole verkocht. Het water, en later limonades, kwam
wekelijks per trein wisselend toe in Deinze en Oudenaarde. De lading werd gedeeld
met Brouwerij Filliers die ook verdeler was van Spa Monopole. In de
winter was dit een halve wagon, in de zomer was dit een volledige wagon.
In september 1946 begon Leon T’sjoen, na zijn studies en legerdienst, met brouwen.
Zo was de wissel van vader op de twee zonen een feit. Er werd, gestuurd
door de trend van die tijd, een nieuwe pils gebrouwen. De pils met kenia mout,
werd simpelweg Kenia pils genoemd. Helaas was de merknaam Kenia pils enkele
maanden eerder geregistreerd door brouwerij Huyghe uit Melle. De Kenia pils van
T’sjoen werd herdoopt tot Unic pils. Om deze naamsverandering snel wereldkundig
te maken werd een nieuw glas met opdruk Unic pils onder de cafés verdeeld.
Ondanks deze inspanning heeft Unic pils nooit een groot succes gekend.
In 1948 stierf Charles T’sjoen. De twee broers waren nu op elkaar aangewezen.
DE ERKENNING
Begin jaren 50 zat België economisch in een moeilijk klimaat.
Een direct gevolg van deze moeilijke tijden was de stopzetting van de boerderij.
De boerderij knechten werden te duur en de afzetmarkt voor melk en boter was te sterk achteruit gegaan om winstgevend te zijn.
Ook de brouwerij kreeg het moeilijk.
In 1957 kwam Super DD op de markt.
Het was niet direct een groot succes. Toch keerde het tij.
In 1958 deed brouwerij T’sjoen mee aan een wedstrijd voor beste bier van hoge gisting beneden de 7 graden.
Totaal onverwacht won Super DD deze wedstrijd en versloeg daarmee de bieren van grote brouwerijen zoals Ginder-Ale, Vieux Temps, Leffe en Maredsous. Publicitair betekende dit een enorme boost voor de brouwerij. Zo werd de overwinning vermeld op de hals van het Super DD flesje en op de bierviltjes. Speciaal voor de consument werden er kartonnen kratjes voor 6 flesjes Super DD verkocht. Om extra klanten aan te trekken kwam er een spaaractie voor Super DD glazen.
Het afzetgebied van Super DD was verspreid over Wannegem-Lede, Kruishoutem, Oudenaarde, Gent en zelfs Geraardsbergen. Door familiale banden met de directeur van Union Allumentiere (Maurice Van Buggenhout) te Geraardsbergen werden ook in de fabriek bieren van Tsjoen geschonken.
HET EINDE
Maar de hoogdagen waren van korte duur. De bieren van grote brouwerijen werden
steeds goedkoper waardoor het telkens moeilijker werd om als kleine lokale brouwerij
de eigen bieren verkocht te krijgen. Om dit op te vangen werd een deal gesloten
met Stella Artois voor de verdeling van het Leuvense bier. De gebroeders
beseften dat er niet meer op te boksen viel tegen het machtsvertoon van de grote
brouwerijen (Wielmans-Ceuppens, Ginder Ale, Vandenheuvel, Artois, ...). Nieuwe
bieren en bijkomende moderniseringen bleven uit.
In 1964 komt een einde aan de brouwersactiviteit. De broers Jozef en Leon gaan
nu elk hun eigen weg. Leon bleef in Wannegem-Lede dranken verhandelen, terwijl
Jozef “dranken Arsenaal’ in Oudenaarde startte.
Vandaag, 50 jaar nadat er voor de laatste keer werd gebrouwen, zijn er geen
zichtbare sporen meer van de brouwerij. Enkel de schuur, de waterput en het
herenhuis in de Fonteinstraat illustreren een tijdperk dat deel is geworden van het
Wannegemse collectieve geheugen.
De geschiedenis werd gepubliceerd in het jaarboek 2014 van de heemkundige kring (Hultheim) uit Kruishoutem. U kan het boek bestellen via:
- www.hultheim.be
- voorzitter Raoul De Bel, 09/383 60 75 of raouldebel@skynet.be